Nieuws

Vandaag de trein van gisteren nemen!?

09.06.2020

Een Tilburgse hoogleraar belastingrecht trok, in de jaren tachtig van de vorige eeuw, in zijn colleges fel van leer tegen het bestaan van een terugwerkende kracht in het belastingrecht. Je kon immers toch ook niet vandaag met terugwerkende kracht de trein van gisteren naar Amsterdam nemen!? De wetgever was doof voor zijn argumenten en staat terugwerkende kracht onder strikte voorwaarden in bepaalde gevallen nog steeds toe.

In de eerste plaats is het mogelijk om een onderneming met terugwerkende kracht in een Besloten Vennootschap (BV) in te brengen. Bij een hoge winst kan het aantrekkelijk zijn om de onderneming (bijvoorbeeld een eenmanszaak of vennootschap onder firma) om te zetten in een BV. Winst uit onderneming wordt immers maximaal met 49,50%  inkomstenbelasting belast, terwijl de winst in een BV met maximaal 25% wordt belast. Met het oog op de aankomende verlaging van het vennootschapsbelastingtarief (in 2021 maximaal 21,7%), kan het voordeel alleen maar groter worden.

Nu zijn er twee manieren om de onderneming in de BV in te brengen: de zogenaamde ruisende en de geruisloze inbreng. Elke manier heeft zijn eigen fiscale gevolgen. In het algemeen kan een ruisende inbreng interessant zijn als de werkelijke waarde van de onderneming niet veel meer bedraagt dan de waarde zoals die op de balans wordt weergegeven (de boekwaarde). Een geruisloze inbreng verdient de voorkeur als de werkelijke waarde van de onderneming vele malen hoger ligt dan de boekwaarde. Wordt gekozen voor een geruisloze inbreng, dan bestaat de mogelijkheid om de onderneming met ingang van 1 januari 2020 (met terugwerkende kracht dus) in te brengen. Het is dan wel van belang om dit vóór 1 oktober 2020 kenbaar te maken aan de belastingdienst. Dit kan door het registreren van een voorovereenkomst. Alle formaliteiten van de inbreng moeten dan vóór 1 april 2021 zijn afgerond.

In de tweede plaats is het vanaf 1 januari 2001 ook mogelijk om met terugwerkende kracht vanuit de BV terug te keren naar een ondernemingsvorm die belast wordt met inkomstenbelasting. Stel dat in het verleden de BV is opgericht omdat men hoge winsten verwachtte. Nu blijkt die positieve verwachting niet uit te komen. Het blijft bij een marginale winst, een winst die zo laag is dat men liever met inkomstenbelasting wordt belast. Ook in dit geval zal de wens om de BV met ingang van 1 januari 2020 te verlaten vóór 1 oktober 2020 kenbaar gemaakt moeten worden aan de belastingdienst.

Terugwerkende kracht in het belastingrecht bestaat dus, maar houd daarbij vooral de termijnen in de gaten! Wil je weten wat jouw opties zijn? De specialisten van Van Eert Accountants & Adviseurs staan je graag te woord. Vraag een vrijblijvend gesprek aan.